Walter Maas

walter_en_otto_0Walter Alfred Friedrich Maas werd geboren op 18 juli 1909 als zoon van een welgestelde wijngroothandelaar in het Duitse Mainz. Na de middelbare school vertrok hij naar Chemnitz waar hij met succes zijn studie afrondde en zich textielingenieur mocht noemen. Het was namelijk de bedoeling dat Walter in het textielbedrijf van zijn oom Werner Neumann zou gaan werken. Toen hij vanwege de opkomst van het nazisme in Duitsland in 1933 naar Nederland uitweek, was het nog steeds de bedoeling dat hij voor oom Werner aan de slag zou gaan, maar daar is het niet meer van gekomen. Hij vestigde zich in Voorburg en verdiende de kost met de exploitatie van een kamer-verhuurbedrijfje. In 1935 kwam zijn broer Ernst naar Nederland, die net afgestudeerd was als tandarts aan de Universiteit van München, en in 1937 volgden zijn ouders Selma en Otto die in Voorburg een pension begonnen.

Op last van de Duitse bezetter moesten Joden in 1940 de kuststreek verlaten en ging Walter op zoek naar een ander onderkomen ergens in het centrum van Nederland. In 1940 overleed de weduwe van Julius Röntgen en werd “Huize Gaudeamus” te huur gezet. Op een van zijn speurtochten op de fiets kwam Walter in Bilthovenen vond het te huur staande Huize Gaudeamus dat hem geschikt leek om er het pension in voort te zetten. En dat gebeurde, zij het met de restrictie dat er alleen Joods personeel mocht werken en er uitsluitend Joodse gasten mochten logeren.

Toen de Jodenvervolging in Nederland in alle hevigheid losbarstte is Walter in het huis zelf ondergedoken in een klein hok onder het dak waar hij maanden verbleef zonder ooit daglicht te hebben gezien. Zijn broer Ernst woonde op dat moment met zijn gezin in Huize Gaudeamus maar omdat hij met een Nederlandse niet-Joodse vrouw getrouwd was ontsprong hij de dans. Toen de Duitsers het huis vorderden om er een officiersmess in onder te brengen moesten Walter en Ernst een ander onderkomen vinden. Walter heeft tot het einde van de oorlog op tal van adressen ondergedoken gezeten. Zijn ouders werden op transport gezet naar Sobibor waar ze in de gaskamers omkwamen. Dat hoorden de broers Maas overigens pas in 1946.

Direct na het einde van de oorlog zorgde de burgemeester van De Bilt ervoor dat Walter weer zijn intrek kon nemen in Huize Gaudeamus, dat behoorlijk uitgewoond was. Met vereende krachten werd aan het herstel gewerkt en het pension kon weer gasten ontvangen. In de zomer van 1945 gaf Pita van der Werff- Lous die Walter gedurende de oorlog aan heel wat onderduikadressen had geholpen, een concertje met haar vocaal ensemble in de muziekkamer van het huis en dat zette Walter aan het denken in relatie tot zijn voornemen om iets terug te doen aan zijn gastland Nederland als hij de oorlog zou overleven.

In oktober 1945 kwamen de broers Julius jr. en Johannes Röntgen bij Walter met het verzoek weer een concert te mogen geven in de muziekkamer, zoals hun vader dat zo vaak had gedaan. Walter stemde in en op 4 november van dat jaar waren er meer dan 200 belangstellenden, waarvan het merendeel buiten in de kou moesten mee genieten omdat er binnen geen plaats meer was. Walter wist het toen zeker en na afloop van het concert hield hij een toespraakje en zegde toe dar de muziekkamere in het vervolg beschikbaar zou worden gesteld aan jonge musici: de invulling van zijn belofte aan zichzelf in de oorlog.

Dat was een understatement. In november 1949 weet Walter Maas het pand in eigendom te verwerven en kort daarna richt hij de stichting Gaudeamus op, de ‘Stichting ter bevordering van de hedendaagse muziek’. Hij investeerde zijn ziel en zaligheid in de steun aan jonge componisten. Van de eerste bescheiden Bilthovense Muziekweek begin vijftiger jaren, tot de Internationale Gaudeamus Muziekweek die nog steeds jaarlijks plaats vindt. Generaties Nederlandse, maar zeker ook internationale componisten hebben hun eerste erkenning gevonden dankzij Gaudeamus. Van Ton de Leeuw tot Olivier Messiaen, van Peter Schat tot Karlheinz Stockhausen, van Louis Andriessen tot Luciano Berio en dat zijn maar zes namen uit de vele honderden.

Op 1 december 1992 overlijdt Walter Maas, de inspirator en organisator zonder wie het muziekleven in de tweede helft van de 20ste eeuw er heel anders uitgezien zou hebben. Zijn urn is bijgezet achter een gedenksteen op het terras van het huis, met als opschrift een van zijn geliefde Goethe-citaten: Ich hab’ das Meine getan, tut ihr nun das Eure”. Zijn enige erfgenaam, zijn broer Ernst, heeft het huis geschonken aan de naar hun beider ouders genoemde Maas-Nathan Stichting, later in naam veranderd in Stichting Walter Maas Huis. In de loop van de jaren vinden er talrijke evenementen op met name muziekgebied plaats. Inmiddels heet de stichting: ‘Stichting Walter Maas’ die als eigenaar Huize Gaudeamus exploiteert en in stand houdt als muziekhuis vol verhalen.